Loginname: Wachtwoord:

Gegevens vergeten?

Koppelverband

Geplaatst door Hans Slagter (admin) op 13 Nov 2014
Log 2015 >> kortnieuws

Als je met het schip vanuit Nederland naar Frankrijk gaat, of andersom, dan kun je via Maastricht, Antwerpen of Terneuzen. Daarnaast zijn er nog wat kanaaltjes in Barbant, maar die kosten meer reistijd. Dat doe je dan niet zo snel.

Naar Amsterdam gaan we meestal over Terneuzen. Nu is Terneuzen zelf niet spannend, maar de Westerschelde kan dat wel zijn. Het is groot water, veel golfjes en bij wind hele hoge golfjes en als er geen wind is die golfjes maakt, dan weet de zeevaart er wel raad mee.
In het ergste geval krijg je de golven over de luiken, oftewel het schip zit voor een deel onder water. Wij zullen niet de eerste zijn waarbij de lading nat wordt of er water via de ontluchting van de brandstoftanks naar binnen komt. In het laatste geval hoor je vanuit de machinekamer een uitstervend gegrom van de motor waarna er een doodse stilte valt. Maar dat is maar heel even, want dan komt de bemanning in actie. Mogelijk wordt er nog tevergeefs geprobeert de motor te starten al snel gevolgd door marifoon verkeer. De verkeerspost moet weten, dat we stuurloos zijn. Misschien gaat deze melding vooraf aan een melding aan het adres van de loods van het zeeschip, waarbij hij wat titels toebedeeld krijgt, die sterk doen denken aan geslachtsdelen. In ieder geval niet het correcte marifoon verkeer wat ons op de cursus geleerd wordt.
Daarna wordt er een plan gemaakt. Een plan conform de uitspraak van de bekende stripfiguur Ollie B. Bommel, "Tom Poes verzin een list!".
Anker laten zakken, boegschroef starten, zwemmen, alle opties worden dan in overweging genomen. Uiteindelijk zal het er op uitdraaien, dat een sleepboot je uit de penarie helpt.
De Westerschelde is dus geen water waar je mee kunt spotten. Veel Franse collega 's steken voor geen goud de Westerschelde over en blijven op het zoetwater gedeelte. Je bent immers een nietig bootje tussen dit grote geweld.
Volgens de wet mag een schip niet op de Westerschelde varen als er maar één bemanningslid aan boord is. Veel spitsen varen alleen, dus moeten ze voor een opstapper zorgen, met de juiste papieren. Waarom dat is? Geen idee. Als er wat gebeurt kent de opstapper het schip niet en kan in noodgevallen weinig doen. Het is wel gezelliger als je voor de optie zwemmen kiest. En voor de hulpverlening is het goed voor de statistieken, zij hebben er twee gered.
We kwamen uit Frankrijk achter een collega aangevaren. Die belt altijd zijn oom, die dan als opstapper aan boord gaat. Maar we waren wat eerder in Terneuzen. Aangezien je als spits niet kiest voor tegen de stroom varen, probeer je altijd vanuit Terneuzen naar Hansweert met opkomend water weg te gaan. Het water wordt namelijk door de vloedstroom naar Antwerpen gestuwd en dan lift je gewoon mee. Bij Hansweert bedank je de chauffeur en piep je er tussenuit naar de sluizen. De tijd wordt door eb en vloed wel beperkt tot 12 uur per dag. En de oom kon dan net niet.
De collega zou moeten wachten op zijn oom, of een list verzinnen. Hij had er een verzonnen, als hij naast een ander schip ging, dan zou het wel mogen. Wij waren dus dat andere schip.
Als je namelijk twee schepen aan elkaar knoopt, heet je ineens anders en gelden er andere regels. Naast elkaar heet dit een koppelverband. Er zijn nog meer benamingen, maar twee schepen worden er dan één. Toen hadden we in één keer drie bevoegde bemanningsleden. Probleem opgelost.
Behalve een klein aspect, de ervaring was er niet. Daarom maar een ervaren collega gebeld. Het is niet moeilijk volgens die collega, zouden wij geen wasmachine hebben, dan zou een kind de was kunnen doen.
De voorbereidingen zijn getroffen nu de uitvoering nog.
De sluis inTerneuzen stond open met één schip erin. Maar we moesten nog wel een beetje knopen. Even bij de sluis informeren of er nog meer bij komt, zo niet dan doen we het knoopwerk in de sluis. "Nee hoor, we gaan met deze lading vertrekken". Dat zeggen ze wel eens van een sluis, die vertrekt, alleen blijft hij wel op z'n plaats. "Mevrouw, u bent geweldig". En de sluismeester ad rem "Dat weet ik". Die hoef je dus ook niets meer te vertellen. Eigenlijk is het een sluismeesteres. Maar dan roep je misschien beelden op van iemand die, in een leren pakje met een zweepje, onverbiddelijk de knop indrukt om de schepen over te geven aan de grillen van de Westerschelde.
We knoopten de twee spitsen stevig aan elkaar en hop daar gingen de deuren open die toegang gaven tot het zilte nat.
Varen met een koppelverband heeft wat kleine handicaps. Bindt maar eens twee fietsen naast elkaar. Als de linker harder fietst dan de rechter gaat het hele spul naar rechts. Zou de linker remmen, dan gaat het hele spul naar links. Gevolg, beide fietsers missen wat tanden. Gelijk opgaan, dan gaat het wel goed.
Golven, veroorzaakt door zeevaart, laten een spits vrolijk dansen en krijgen minder zeewaardige bemanningsleden een wat raar gevoel in de maag. Ga je met een koppelverband schuin op de golven, dan gaat eerst één schip op de golf omhoog en daarna het andere, terwijl het eerste schip al waar naar beneden aan het gaan is. Ongelijk dus. Dat vinden de touwen weer niet leuk. Beide schepen recht op de golven zodat ze synchroon over de golven gaan, is de beste manier. Wel opletten voor het overige verkeer, wat een plotselinge manoeuvre dwars op het vaarwater om de golven te pakken wordt daar anderen weer niet gewaardeerd. We kwamen een paar zeevarenden tegen, dus kansen genoeg om te oefenen.
Na anderhalf uur kwamen we aan bij Hansweert. Er liep een stevige stroom. Het koppelverband ging 17 km / uur, terwijl zonder stroom de snelheid 11 km /uur zou zijn. Een flinke duw in de rug dus. Dat gaat lekker. De monding van Hansweert heeft een pier. Stromend water gaat tegenovergesteld stromen als het tegen gehouden wordt, net een tennisballetje. Bij een balletje heet dat stuiteren, bij water heet dat 'neer'. Zit je precies op de twee stromen, krijg je met leuke effecten te maken. Een deel van het water duwt tegen de kont van het schip naar één kant het andere deel duwt tegen de kop naar de andere kant. Doe je niks, dan maak je een rondje en kun je weer terug waar je vandaan kwam, tenminste, als je niet voor die tijd op de keien zit.
Ook dit gebeurde met het koppelverband. Het spul wilde omdraaien, maar wij weer niet.
Nu gaan we gebruik maken van het fietsprincipe. Even meer gas op het schip van de buurman om het koppelverband weer recht te trekken en recht zo die gaat naar de sluis Hansweert.
We moesten even wachten en maakten van de gelegenheid gebruik om weer te 'ontknopen'. Het was al donker aan het worden, op naar de slaapplek voor een happy hour.

Laatst vernieuwd: 14 Nov 2014 om 00:53

Terug

Commentaren

No comment found

Toevoegen commentaar

Designed by Webdesign Wien