Loginname: Wachtwoord:

Gegevens vergeten?

Van haven naar haven

Geplaatst door Hans Slagter (admin) op 04 Dec 2014
Log 2015 >> kortnieuws

Als je vaart ga je van de ene haven naar de andere. Zo simpel is het varen. Als je geluk hebt doe je, voor de afwisseling, verschillende havens aan. Schepen met lading contracten zullen minder variatie in havens hebben dan wilde vaarders. Dat heeft overigens niets met wild te maken. Met een spits kom je in wereldhavens binnen Europa, zoals Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam, maar ook Parijs, Marseille of Lyon. Met een spits komen op plaatsen waar ze een bord zetten met de tekst haven of port, anders had je het niet zo herkend.

Als je met een spits in een wereldhaven vaart ben je geneigd om een rood vlaggetje aan het schip te binden, zoals wel ziet bij kinderfietsjes in druk verkeer. Je wordt dan ook geen schip meer genoemd, maar een spitsje of nog erger een klein spitsje en als ze het helemaal niet weten, roepen ze over de marifoon, ik zie een echootje op de radar. Je moet dan wel bestand zijn tegen het Calimero gevoel.
Eén schipper maakte het zo bont die riep tegen de sluiswachter, "dan had hij maar thuis moeten blijven met z'n klompje". Ondanks de ruim 500 pk hoofdmotor en 180 pk boegschroef kon ik niet op tegen zijn schroefwater in de sluis en de schipper ergerde zich hier aan. Ik hoorde later pas dat hij dit gezegd had. Ik was buiten aan het vastknopen en zag in de sluis schippers op de wal springen, bij mij weer aan boord springen om voor vast te maken en vervolgens de boosdoener verbaal te belagen. Een toch wel hartverwarmende gebeurtenis dat collega's het opnemen voor de zwakkere.
Als je moet laden uit een zeeschip, moet je op de beurt wachten en ergens een plekje zoeken. Dat moet in zo'n grote haven geen probleem zijn, zou je zeggen. Mooi niet! De ligplaatsen zijn berekend op grote schepen en dan lig je al snel in de weg of vastgeklemd tussen twee 110 meters. Ik wist overigens niet dat autobandjes zo platgedrukt kunnen worden. Eerst worden de grote broers geladen. Daarna gaat het restant, vermoedelijk bestempeld als het vuil op de vloer, in een spits. In Rotterdam laden gaat razendsnel. 250 ton in 20 minuten. Verhalen (verplaatsen van het schip) hoeft niet. Er worden twee staalkabels aan de bolder gelegd en zo lig je aan het ponton van de laadinstallatie. De kraanmachinist sleurt het schip met de kabels op de juiste positie. Laad en lostechnieken gelden voor ons niet, ze beginnen achterin het laadruim en voor je het weet kun je weer vertrekken. Net een drive in bij Mc Donalds. Meestal ben je ergens in de nacht geladen, omdat je de laatste bent. We willen daarna zo snel mogelijk weer naar bed terug en zoeken dan een plek waar we niet gestoord zullen worden. Meestal een kade of oude bak waar het groen welig tiert, als bewijs dat het voorlopig niet gebruikt gaat worden.
De natrium verlichting geeft de haven een mistieke sfeer. Net als op een luchthaven in de nacht. Aangezien een zeehaven, vaak aan zee ligt, heb je de volle zeewind. Een lege spits met een diepgang van 40 - 80 cm en 4 meter boven water is slecht bestuurbaar. Net een feestballon op het water. De eerste keer komen die haven indrukken als iets onwerkelijks op je af. Ik kan mij de eerste keer nog herinneren. 's Nachts wordt je via de mobiel bijtijds gebeld of je naar de laadinstallatie wilt komen. Daar ga je dan, de lucht van het vorige beroep hangt nog in je neusgaten, door de nacht. Onwennig met het schip en de omgeving. Dan wordt er even 250 ton lading ingespoten en wordt je weer losgekoppeld van de verhaalkabels en kun je de nacht weer in. Op de slaapplaats hebben we met een borrel geproost, dat ons dit gelukt was. Een feestje van ons tweeën, stiekem, want de rest van de haven zou ons voor gek verklaren. Nu is het routine geworden en is het leuk om gasten aan boord te hebben, die hetzelfde weer beleven.
Behalve een laad- of lospijp, kunnen ze ook een grijper gebruiken. Dan is het spannend hoe groot die grijper is. Onze ruimopening is 4,12 meter breed. Er zijn grijpers van 3 tot 3,50 meter breed. Volgens milieu eisen moet een grijper helemaal in het ruim. Dat geeft minder stof. Ja leuk, maar als hij open moet, zit de gijper klem in het ruim. Makkelijk als we op de kant gezet willen worden maar dan even niet. De machinist, op 30 meter hoogte, manouvreert de grijper in de juiste positie. Artiesten zijn dit. Een enkele keer hebben we wat schade, maar meestal niet.
Zijn we vol, dan luiken dicht en snel naar ons eigen vaargebied, de 'modderslootjes' in Frankrijk.
En daar zijn ook havens. De grote steden zoals Lille en Parijs hebben genoeg ruimte. Kleinere havens hebben ruimte voor maximaal enkele spitsen. Havens voor 1,5 spits komen ook voor. Dat is dan even improviseren. En dat improviseren hebben we geleerd van onze mentor, een vriend die we die titel gegeven hebben. Hij liet zien dat je kunt vastmaken aan alles wat niet wegloopt of wegvliegt.
Het laden in Frankrijk doe je zelf. Je parkeert het schip onder de pijp, men overhandigt een console al dan niet met een korte uitleg, waarna een knop wordt omgedraaid om de lading uit de pijp te laten stromen. De schipper moet door de bediening van de pijp via de console, er voor zorgen, dat de lading in het ruim op de juiste plaats terecht komt. Scheefladen is nauwelijks te herstellen, omdat er geen kranen in de buurt zijn. Dan is het scheppen geblazen dus.
Zo wordt er gereisd, van haven naar haven. En er wordt gepland, om op tijd aan te komen of . . . te kunnen overnachtend in Parijs.

Laatst vernieuwd: 08 Dec 2014 om 21:16

Terug

Commentaren

No comment found

Toevoegen commentaar

Designed by Webdesign Wien